Brief uit Eierland,
een prozagedicht

PoŽtisch, hoe vaak we niet hand in hand
wandelden door het werkverschaffingsbos?
Na zure regen zon zagen schijnen op kale stammen
en we jaarringen telden van een omgehakte boom?

ProzaÔsch, onze eindeloze tochten over een
uitgestrekt strand bezaaid met oranje afwas-
handschoenen, te veel om bij stil te staan?
- draagt de zee zoveel vuils met zich mee? -

Zie je, ik had zo graag poŽzie over jou en mij
willen schrijven, een gedicht over ons uitzicht
vanaf het strandterras, de aanstormende golven
hoe mooi dat was in de omlijsting achter glas
- tot de ruit uit de sponning werd gelicht Ė

Zagen we toen, te laat, ons eigen eiland pas?
Ze zeggen dat het slijt met de tijd, maar
scherper en groter zie ik nu het gemis
van twee drenkelingen, gedreven door tij
dat niet te keren is. 

Ik ben aangespoeld op de Volharding
een polderboerderij in Eierland, en jij?
Nog zie ik boven het water je wuivende hand.
Ben je gelukkig, daar aan de overkant?

 

<<<   -   >>>